Gerrit Verschooten






Gerard (Gerrit) J. Verschooten werd in 1914 in Kruisdorp (Zeeland) geboren. Omstreeks 1917 verhuisden zijn ouders naar de mijnstreek.
Na de lagere school werd hij leesjongen (uitsorteerder) op de zeverij, sleper, hulphouwer en houwer op de Staatsmijn Hendrik. Later kwam hij als helper bij de opmetingen bij de mijnmeters, ook op de Hendrik. Na zijn pensionering schreef hij onder het pseudoniem, Beau van Oskoel, zijn memoires over zijn 40-jarig mijnwerkersbestaan. Zijn boek ”Zwart diamant” (ISBN 90-71918-29-7) is een natuurgetrouwe weergave van het leven toendertijds, zowel onder- als bovengronds.
Het boek is voor geïnteresseerden in het voormalige ondergrondse bedrijf een echte aanrader.
Het is nog voor € 5. per stuk verkrijgbaar op het volgende adres:
Peter Verschooten
Akerstraat Noord 166 C
6431HR Hoensbroek
tel. 045-5270036




Een foto uit het boek van Gerard Verschooten. OVS-ers zijn bezig met het blootleggen van de Feldbiss-storing in de Brunssummerhei.
Staande vijfde van links is Gerard.


Een bladzijde uit het boek:

Met donderend geweld stort het gesteente naar beneden. De aangepunte, houten stijlen draaien om hun as en splijten. Een dichte stofwolk verduistert het licht van de potlamp en in deze schemerige toestand is het gekraak van kappen en stijlen onheilspellend.
Ik ben plotseling alleen in een steeds kleiner wordende ruimte. Ik probeer te vluchten, maar ik word achtervolgd door het krakend geweld. Het lijkt een nachtmerrie, die verschrikkelijke neerwaartse druk.
Het žs een nachtmerrie.
Mijn potlamp is bijna opgebrand en geeft nog licht als een glimworm. Om mij heen is aardse duisternis. Onderscheiden kan ik niets meer er heerst een stilte waarin alle geluid duizenden malen versterkt wordt. Een drup die in de sau valt, het schaven van ijzer op ijzer door de druk van het gesteente, het piepen van een muis. En ik wou opeens dat ik een muis was, klein genoeg om niet onder donderend geweld verpletterd te worden.
Dan loop ik weer in een steengang en boven me rommelt de berggeest. Betonplaten knappen met een luide knal kapot en met een zucht suist een betonblok langs mijn hoofd.
En dan stuikt langzaam de steengang in elkaar, als een vuist die toegeknepen wordt. Ik gil. Het lijkt een nachtmerrie, deze machteloosheid.
Het žs een nachtmerrie.
Zaterdagnacht. Ik ben op weg naar de schacht. De laatste volle kolenwagen heb ik aan de trein gekoppeld en in een mist zie ik het laatste lichtpuntje verdwijnen. Ik weet dat ik mij haasten moet, want als de kooi boven is begint de zondag en is er niemand meer in de mijn. In mijn haast struikel ik over een biels. Ik val in de sau en dan gaat mijn lamp uit. Ik ren, maar ik kom niet vooruit.
Dan meen ik weer een lichtje te zien en ik ren, struikel en haast mij kruipend voort. Een verschrikkelijke leegte is om mij heen. Ik ben vergeten. Ik telefoneer en de stem zegt: ”De laatste trek is weg ... de laatste trek is weg.”
Ik krijg geen adem meer. Ik voel geen polsslag, alleen het gekriebel van honderden muizen die over mij heen krioelen. Het lijkt een nachtmerrie, deze angstige droombeelden.
Het žs een nachtmerrie.
Maandagochtend. Ik spoed mij naar de mijn. Het is stil op straat. Alleen de lichtflitsen van de tram verlichten de weg er naar toe. In de toegang naar de mijn staan mannen in lange rijen te wachten. Zij schudden hun hoofden als ik voorbij ga. Niemand spreekt een woord. Voor de ingang, voor de grote klok staan de bedrijfsingenieur en de portier. Ook zij schudden hun hoofd. De portier beduidt mij dat ik achteraan moet sluiten. ”Er zijn nog duizenden werklozen voor u .... duizenden voor u”, schalt het uit luidsprekers.
Dan moet ik spitsroeden lopen tot ik bij de achtersten ben aangeland en opeens ben ik de kleine jongen die verteerd wordt door twijfels. Hoe moet het met mijn toekomst. Hoe moet ik verder leven. Griezelige gedachten, nachtmerrie achtig.
Het žs een nachtmerrie.
Sinds ik gepensioneerd ben komen dit soort dromen mijn nachtrust verstoren.
”Jij lijdt aan het mijnsyndroom”, zegt de psycholoog. ”Mijnsyndroom?” Nooit van gehoord. ”Schrijf het van je af”, zegt de psycholoog, die mijn hart en geest nu kent.






FvdB

dec. 2011

terug naar koelpiet
terug naar koelpiet