Willem van Nuys, nr. HK 104

In september 1957 ging ik naar de TVS (Technische Vakschool) in Hoensbroek om de opleiding tot ondergronds bankwerker te volgen. Die opleiding duurde twee jaren. Toen ik deze opleiding met goed gevolg had afgesloten werd ik wegens hoge bloeddruk afgekeurd voor werkzaamheden ondergronds. De consequentie hiervan was dat ik geen vrijstelling kon krijgen van het vervullen van mijn dienstplicht en in het leger moest. De doktoren daar hebben nooit enige vorm van hoge bloeddruk bij mij kunnen vaststellen.
Na een vertraging van anderhalf jaar door mijn diensttijd begon ik mijn werkzaam leven dan toch als bankwerker ondergronds.
In die functie was ik vaak alleen en op mezelf aangewezen. Reparaties werden meestal door één persoon uitgevoerd. Bij grotere klussen werkten we natuurlijk in ploegverband maar daar heb ik nooit beroerde of enge ervaringen gehad. Schokkende ervaringen uit mijn ondergrondse periode kan ik me niet herinneren. Een tegenvaller was wel, dat bij mijn terugkeer op de mijn, de opleiding tot werkmeester door de Staatsmijnen was beëindigd. Het einde van het kolentijdperk was immers in zicht.
Ik ben uiteindelijk toch zon 15 jaren ondergronds werkzaam geweest. Als je me vraagt naar gebeurtenissen of personen uit die tijd ... dan denk ik aan Karel.
Karel was een collega bankwerker die enige aanleg had tot medisch handelen. Onze werkzaamheden gingen meestal gepaard met grote, zware machines en evenredig gereedschap. Een blauwe nagel oplopen was bijna aan de orde van de dag. Dit was een zeer pijnlijke gebeurtenis waarbij je echter gewoon moest doorwerken. De officiële behandeling was dat je na de dienst naar de verbandkamer ging waar een verbandmeester met een gloeiende naald die nagel doorprikte waardoor het bloed onder de nagel weg kon en de druk onder de nagel werd verminderd waardoor de pijn verzachtte. Hoe eerder dit gebeurde, hoe beter het was.
Karel had daartoe de oplossing gevonden. In een klein doosje, dat hij altijd bij zich had, bewaarde hij een fijn boortje waarmee hij een blauwe-nagel-slachtoffer ter plekke eerste hulp verleende. Heel behendig boorde hij dan een gaatje in de gekwetste nagel.
Dit ging lange tijd heel goed en Karel bouwde er een zekere reputatie mee op. Echter, op een minder goede dag liep Karel zelf een blauwe nagel op en was nu eens geen hulpverlener maar het slachtoffer. Omdat zijn boortechniek zich steeds als zeer adequaat had bewezen, was er geen reden om deze nu niet toe te passen. Een kompel-bankwerker die al eens eerder een boorbehandeling had doorstaan, bood zich als ervaringsdeskundige spontaan aan als uitvoerder van deze speciale pijnbestrijding.
Helaas was het voor Karel te veel. Toen de collega aanstalten maakte om met het boren van het gaatje te beginnen ging Karel van zijn stokje.
Of er naderhand door Karel nog blauwe-nagelgaatjes zijn geboord kan ik me niet meer herinneren.

Zelf ben ik ook een keer ondergronds van mijn sokken gegaan. Het gebeurde tijdens het verwisselen van de nestenschijf van een Beijen-transporteur. Dat was een karwei waarbij bruut geweld niet te voorkomen was. Om een nestenschijf te verwisselen moesten de meeneem-kettingen van de transporteur eerst gelost en daarna weer samengetrokken worden. Dat gebeurde door zowel gebruik te maken (wat niet mocht) van de aandrijfmotoren voor het eerste gedeelte en van de zogenaamde sylvestertakel, voor de rest. Als iets mis ging, er bijvoorbeeld een bevestigingspunt losschoot - wat nogaleens gebeurde en je dan niet razend vlug was met het terugtrekken van je handen - had je kans op het kwijtraken van een of meerdere vingers. Een ondergrondse bankwerker had er tien, acute paniek was niet meteen noodzakelijk.
Het aandraaien van de imbusbouten gebeurde in theorie met een 19 mm imbussleutel. In de praktijk moet je echter met een zware hamer nog een paar hengsten op die sleutel geven om zeker te zijn dat alles vast zat. Bijkomend probleempje; er was weinig ruimte, weinig licht en weinig tijd om het een en ander veilig uit te voeren. In die tijd was tijd kolen, en kolen gingen voor alles. Enfin, ik deed mijn best en sloeg heel hard met een zware hamer in mijn rechter hand ... op mijn linker pink.
Toen ik besefte dat ik mezelf geraakt had, zag ik dat die getroffen pink in een mum van tijd tot drie maal zijn oorspronkelijk formaat uitgroeide. Dat was voldoende om mijn besef te verliezen.

Gegroet Willem





FvdB

jan. 2011

terug naar koelpiet
terug naar koelpiet