Ondersteuningen



Houten bouwwerk in pijler (foto Stadsarchief Heerlen)

Houten bouwwerk in galerij (plaat Mm de Koempel Waarland)


In de beginperiode van de mijnen was bijna alle ondersteuning in hout. Dennenhout om precies te zijn, want dat kraakte voordat het bezweek en alarmeerde daardoor de miinwerkers zodat die tijdig een veilig heenkomen konden zoeken.
De ondersteuning werd uitgevoerd als zogenaamd raambouwwerk. Een houten kap, dat was een in de lengterichting doorgezaagde stam werd met de platte kant tegen het dak geplaatst en aan weerszijden ondersteund door een houten stijl. Dit samen noemde met een bouw. De houten stijlen werd aan de onderkant spits afgekapt, zodat daar geleidelijk de eerste verspintering optrad en de stijl niet plots doormidden knapte.
Zo'n houten stijl en kap was slechts één keer te gebruiken en daardoor waren er grote hoeveelheden dennenhout nodig. Een bijkomend effect hiervan was dat er overal in de regio dennenbossen werden aangeplant.
Verder moest zo'n houten stiel (stijl) ter plekke op maat gemaakt en afgeschuind worden. Dit gebeurde met een zaag en een bijl. De halfronde inkeping voor de kap was reeds bovengronds aangebracht. Het plaatsen van een bouw was een tijdrovende aangelegenheid en een bijkomend nadeel was het benodigde gereedschap, dat in de krappe ruimte die beschikbaar, was erg hinderde en bovendien onderhouden moest worden. Bovenstaande foto links toont een houwer die bezig is met het op de plaats slaan van een houten stijl onder de kap. Duidelijk is hier ook te zien dat het bouwwerk bergslag (haaks tussen dak en vloer) moet staan.
Op de rechter foto is houten bouwwerk in een galerij afgebeeld. Om de druk op de zijwanden op te vangen worden hier de stijlen schuins geplaatst.




Instructieplaat Mm de Koempel Waarland

Instructieplaat Mm de Koempel Waarland

Op bovenstaande instructieplaten werd de kompel aangegeven hoe hij een houten stijl moest bewerken, voordat deze geplaatst werd. Op de rechter plaat zien we dat eerst dmv een schietlood de plek bepaald moest worden voor de inkeping in de vloer (bühngat). Met behulp van twee latten werd de juiste lengte van de stijl afgemeten en deze werd bij normale hellingen haaks (bergslag) geplaatst. Bij steile hellingen werd de stijl minder haaks gezet om het afschuiven van het dak tegen te gaan.





Schwartz-stijl (aanwezig in Mm de Koempel Waarland)

Jacob-stijl (aanwezig in Mm de Koempel Waarland)

Titan-stijl (aanwezig in Mm de Koempel Waarland)


Weldra zochten de mijningenieurs naar andere manieren van dakondersteuning. Het moest goedkoper en minder tijdrovend kunnen. Reeds voor 1940 dacht men met de zogenaamde Schwartz-stijl een alternatief voor de houtbouw gevonden te hebben. Op bovenstaande foto links is een Schwartz-stijl te zien. Om hem te plaatsen was een tweetal spieën nodig, waarmee het uitschuifbare bovendeel tegen de kap geklemd werd. Daarna werd de stijl met de roofspie op slot geslagen. eea is in onderstaand afbeelding aangegeven.
Voordelen van deze stalen ondersteuning was dat nu geen dagelijks transport van grote hoeveelheden hout meer noodzakelijk was. Het zetten van zo'n stijl ging snel en het brandgevaar was een stuk geringer. Nadeel was dat de stijl geroofd (teruggewonnen) moest worden. Het roven werd een vak op zich en er werden weldra aparte houwers voor opgeleid.
Later werd nog door ingenieur Jacob Postma van de Staatsmijn Maurits de zogenaamde Jacob-stijl ontwikkeld. Hierbij waren plankjes noodzakelijk, die weer apart door de houwer moesten worden meegenomen. Verder was er een krik en een sleutel noodzakelijk om deze stijl te kunnen plaatsen. Volgens mijn bescheiden mening was het een onhandig ding.




Zetten Schwartz-stijl (plaat Mm de Koempel Waarland)

Tekening van Schwartz-stijl (plaat Mm de Koempel Waarland)




Instructieplaat Mm de Koempel Waarland

Instructieplaat Mm de Koempel Waarland


Na het einde van de Tweede Wereldoorlog was men tot het inzicht gekomen dat er een andere manier van het kolendelven moest komen. Op de eerste plaats kon men op de bestaande manier niet aan de immense binnenlandse vraag voldoen en op de tweede plaats vreesde men dat men op langere termijn niet meer voldoende mijnwerkers ter beschikking had. Het beroep van kompel zijn, was zijn glans - als het die uberhaupt ooit had - snel aan het verliezen.
De mijndirecties besloten tot mechanisatie van het delvingsproces. Nu kwam het zwaartepunt te liggen op het verplaatsen van het bouwwerk. Hetgeen aan de kolenkant geplaatst werd, zou eerst aan de vullingskant geroofd moeten worden. Kortom er moest dus een stijl ontwikkeld worden, die zowel licht en makkelijk te handelen was en ook nog een groot draagvermogen had in verband met het open kolenfront, dat met de gemechaniseerde kolendelving een punt van aandacht is.
Samen met een externe firma (du Croo & Brauns uit Amsterdam) had men uiteindelijk in 1947 een stijl ontwikkeld die aan al deze eisen voldeed. Men noemde hem de ”Titanstijl" en hij werd vanaf eind 1948 overal bij de Staatsmijnen met succes ingezet. Aanvankelijk alleen in de gemechaniseerde pijlers, later in alle daarvoor in aanmerking komende pijlers. Alleen in zeer stijle pijlers bleef men de houtbouw trouw.
In ”Steenkool nr. 7” uit 1953 wordt trots gemeld dat inmiddels de 100 duizendste Titanstijl aan de Staatsmijnen geleverd is. Per week verlaten dan ongeveer 1300 stuks de fabriek in Amsterdam. De Titanstijl wordt in 15 uitvoeringen gefabriceerd en kan in pijlers worden ingezet met een hoogte van ruim een halve meter tot ruim drie meter. Zijn gewicht variëerd van 33 tot 78 kg.
Om de stijl te plaatsen is alleen een hamer noodzakelijk. Als het uitschuifbare gedeelte van een goed geplaatste stijl, door de bergdruk, 1 cm. is ingezakt biedt de stijl een constante weerstand van ± 40 ton.
Men kan aannemen dat de Titanstijl de populairste stijl was, getuige het feit dat hij nog steeds bij iedere oud-kompel ergens een plaatsje in de tuin, kelder of zolder veroverd heeft. Ook werd deze stijl in de Belgische mijnbouw gebruikt.




Titanstijl (eigen bezit)

Titanstijl (plaat Mm de Koempel Waarland)



Plaatsen Titan-stijl (plaat Mm de Koempel Waarland)


Begin 1960 deed de hydraulische stijl zijn intrede bij de mijnen als gevolg van de pogingen om meer te mechaniseren en minder zware dingen lichamelijk te verplaatsen. Maar het einde van de mijnen was al in zicht of zelfs aangekondigd. Versneld werd toen nog het hydraulische bouwwerk ingevoerd.
Ik was toen al vertrokken en kan geen beschrijvingen doen van ervaringen hiermee.




Hydraulische stijl (foto Mm de Koempel Waarland)

Hydraulische stijl (plaat Mm de Koempel Waarland)




FvdB

juli 2014

terug naar koelpiet
terug naar koelpiet