Penningen en medailles



Een eremedaille die verstrekt werd aan leden van de reddingsbrigade, bij gelegenheid van een jubileum.

Bij het 10 jarig jubileum als lid van de reddingsbrigade werd een bronzen medaille uitgereikt. Bij 15 jaar een zilveren en bij 20 jaar een gouden medaille.
Om bij de reddingsbrigade opgenomen te worden moest men:
Goed gezond zijn, de man werd jaarlijks gekeurd.
Een minimum leeftijd van 25 jaar bezitten. De maximum leeftijd was 45 jaar.
Houwer zijn.

Foto: ”Mijnmuseum De Koempel”
Info, Peter Hendriks





Idem een eremedaille die verstrekt werd aan leden van de brandweer, bij gelegenheid van een jubileum

Foto: ”Mijnmuseum De Koempel”





Aanwezigheidspenningen.

Iedereen moest bij het betreden van een mijnbedrijf in de portiersloge een persoonlijke penning afhalen. De lege plek op het penningenbord bij de portier was het bewijs dat de persoon op het bedrijf was. Voor de ochtenddienst was dat een ronde penning, voor de middagdienst een driehoekige en voor de nachtdients een vierkant exemplaar. Het materiaal was messing. Arbeiders hadden hun werknummer op de penning, opzichters hun naam.
Afgebeelde penningen zijn van de Laura en Vereniging. Dhr. Vaessen was hier opzichter bij de bankwerkers.
Nadat de kompel zijn penning had afgehaald meldde hij zich aan het loket van zijn afdeling en liet zijn penning zien. Hier werd hij vervolgens genoteerd als aanwezig. Bij het betreden van de schachtkooi overhandigde de kompel zijn penning aan de bedieningsman van de deur die alle penningen aan een stangetje reeg. Alle penningen van een trek gingen vervolgens naar de betreffende verdieping ondergronds waar ze in het zogenaamde penningenkastje, ook weer per trek werden opgehangen.
Op het einde van de dienst gingen de penningenkastjes per trek open. Dus wie met de tweede trek naar beneden was gegaan kon niet bij zijn penning komen voordat zijn trek aan de beurt was. Als alle trekken naar boven waren, waren de achtergebleven penningen van kompels die aan het overwerken waren. De betreffende afdelingsopzichter moest dit bevestigen. Kon hij dat niet dan was de man vermist en moest gezocht worden.
Het kwam wel eens voor dat iemand in het personentreintje in slaap was gevallen en zijn kompels hem niet gewekt hadden. Het was dan niet plezierig om door de opzichter wakker gmaakt te worden.

Foto: ”Mijnmuseum De Koempel”





Gezien de hoge nummers, waarschijnlijk penningen van bovengronders van de SM. Maurits.

Foto: ”Mijnmuseum De Koempel”





Zogenaamde schietpenningen van een Nederlandse (staats)mijn.

De Belgische mijnen werkten met boekjes en in de Duitse mijnen werd na het boren van de schietgaten, de munitie door de schiethouwer besteld en door het magazijn geleverd.
Een Nederlandse schiethouwer had nog een extra penning, de zg. schietpenning. In ruil voor deze penning kreeg hij bij het ondergrondse munitiemagazijn het schietapparaat, de bijbehorende sleutel en de benodigde munitie. Daarna begaf de ploeg zich meestal per mijnfiets naar de post. Met een personentrein meerijden was niet zonder meer toegestaan, hiervoor golden aparte voorschriften.
Het schietapparaat was een soort dynamo, die zorgde voor de benodigde electrische spanning om de ontstekers van de dynamietladingen te doen ontbranden. De sleutel diende om de veer in het schietapparaat op te winden.

Foto en info: ”Mijnmuseum De Koempel”





Naamplaatjes van de firmamensen (waarschijnlijk de fa, van den Acker), die aan de sloop van de SM. Emma werkten

.
Foto: ”Mijnmuseum De Koempel”




FvdB

juli 2014

terug naar koelpiet
terug naar koelpiet